Logo

Aanschaf pup

Ben jij geschikt voor frettenpups? Deze vraag wordt beantwoord onder belangrijke beslissingen. Vergeet ook vooral niet opvoeding goed in je op te nemen! Op deze pagina wordt eerst nog wat extra relevante informatie gegeven over de specifieke verzorging van een pup, maar wordt er bij het tweede deel van de pagina vanuit gegaan dat je een weloverwogen beslissing hebt genomen en weet waar je voor kiest als je één of meerdere pups wilt aanschaffen.

Een lijst met fokkers die aan belangrijke fokvoorschriften voldoen, vind je bij Vereniging Frettenfokkers Nederland.

Kies je buiten de lijst? Dan is het wegens schaarsheid aan goede fokkers en de vele vraag naar gezonde pups nodig dat je zelfstandig controleert of de pups goed gezond, gefokt en verzorgd zijn. Met name als beginner is het extra moeilijk een fokker te beoordelen wegens gebrek aan ervaring met fretten.
Zo ken je nog slecht de gevolgen van een slechte fok of verzorging, maar is het ook zeer moeilijk te zien of de pup niet jonger is dan gezegd wordt. Een pup van 7 weken kan voor iedere (ook ervaren) eigenaar doorgaan voor 8 weken. De grootte van een pup zegt niets over de leeftijd omdat een pup met op brokken zo de helft kleiner kan zijn dan die op rauwvoeding, om maar een voorbeeld te noemen... Hoe een pup zich gedraagt en doet overkomen qua ontwikkeling wel, maar je moet bijna zelf een fokker zijn om dit proces goed te kennen. Vertrouw dus niet zomaar iedere fokker die op je pad komt maar controleer alles zelfstandig zo goed als je kunt. Op deze pagina staan een reeks handvaten.


De verzorging van een pup

Bijvoeding

Je pup gewend houden aan de smaak van Waltham (zie voeding) en brokken, is gedurende zijn hele leven handig bij medische problemen. Je kunt namelijk goed medicijnen geven in Waltham. Of wanneer maagproblemen zo ernstig worden dat fretten geen rauwvoeding bacteriën meer kunnen verwerken, kun je dan terugstappen op brokken. Om fretten gewend te houden aan de smaak van één van beide, voer je dit één keer in de één of maximaal twee maanden. Zorg dat ze twee maal op rij wat eten en de smaak goed in hun bek hebben gehad.

Meer Waltham is enkel van belang wanneer de pup ondervoed of zelfs wat uitgedroogd is en een boost nodig heeft (vandaar het gewend houden, want als je fret oud wordt kan dit ook handig zijn). Het geeft je fret volledige voeding, vocht, heeft veel eiwitten voor energie en is zacht voor het maag-darmkanaal van de fret. Na 2 weken dagelijks een schaaltje bijvoeren kun je hiermee stoppen.

Wanneer je prooi en/of KVV voert is verdere bijvoeding niet nodig. Deze voeding is de beste kwaliteit die je kunt bieden voor de groei.

Wanneer je brokken voert of een pup uit een slecht gevoed nest haalt, hebben pups minimaal éénmaal dagelijks bijvoeding nodig. Brokken hebben niet genoeg voedingswaarde om een goede groei te bieden. Met name rammen kunnen in groeispurten enorm invallen bij de flanken omdat ze letterlijk sneller groeien dan ze brokken kunnen eten. Veel bijtproblemen bij pups op brokken ontstaan ook door honger. Zonder goede bijvoeding heb je een flinke kluif aan de opvoeding en is het niet ongewoon dat het fretje een bijtertje zal zijn en wellicht zelfs blijven.
Kies je ervoor je fretten alleen brokken te voeren tegen de adviezen in? Lees dan verder in de verdieping wat bijvoeding dan inhoud: Wanneer je brokken voert geef je dagelijks je pup(s) bijvoeding in de vorm van rauwvoeding. Dit bestaat uit prooidieren en/of KVV. Bijvoeding is voor een pup op brokken broodnodig tot een minimum leeftijd van 6 maanden vanwege de groei van de pup.
Heb je nog niet direct prooi/KVV in huis nu je dit leest? Koop dan even wat rundergehakt in de supermarkt met spoed (geen varkensvlees!! dus niet half om half). Als de pup dit niet eet, meng het dan met wat Waltham en probeer het nogmaals. Intussen kun je op zoek naar een webshop voor prooi en KVV (zie Links). Doe dit zo snel mogelijk, want de meeste webshops leveren één keer per maand in een regio met een koelwagen.
Daarbij ontwikkelen pups tot circa 16 weken hun smaak en leren ze geuren en voorkeuren kennen. Het is zaak om direct zoveel mogelijk af te wisselen met smaken.

KVV is wat anders dan kip of rund bij de slager/supermarkt, gezien deze laatste geschikt zijn gemaakt voor menselijke consumptie en voor fretten veel voedingswaarde mist (orgaanvlees, botten) die fretten wél nodig hebben. Prooidieren en KVV zijn dus een volledige voeder te noemen waartegen supermarktvlees alleen maar spiervlees is...

Mocht je brokken willen blijven voeren kun je de bijvoering vanaf een leeftijd van 6 maanden afbouwen. Echter in ieder geval prooi blijven voeren naast de brokken is zéér aan te raden voor de gezondheid.

Veelgestelde vraag: "mijn pup eet ineens minder prooi?"

Wanneer minder prooi eten wel een oorzaak heeft... het kan duiden op:

  • Uitgegroeid zijn. Fretten eten in de groei het dubbele. Rammen kunnen in de groei soms wel 6 muizen per dag op. Normaliter maar 3. Moertjes gaan bijv. van 4 of 3, naar 2 tot 1,5.
  • Van de winter naar zomer. Ook in dit geval eten fretten ineens wat minder. En in de herfst gaan ze ineens veel meer eten. Ze verliezen of groeien zo’n 30% in gewicht, maar zoiets ook wel in voeding.
  • Botjes eten doet pijn, door bijv. middenoorproblemen. Dit is iets waar specifiek de Frettenkliniek ervaring mee heeft.

Dit uitgaande van een jonge, gezonde fret.

Te vroeg uit het nest

Pups behoren niet alleen de periode bij hun moeder te blijven dat zij zogen (tot 6-7 weken), maar minimaal tot 8 à 9 weken om hun geestelijke (sociale vaardigheden en nieuwe ervaringen) en lichamelijke gezondheid (motoriek) optimaal te ontwikkelen om van een pup 'fret' te worden.

Heb je de pup zelfs nog jonger dan 7 weken in huis gekregen? De pup zit dan dus zelfs nog in de zoogtijd en in dit geval kun je omwille van de pup deze nog beter terugbrengen naar de fokker voor nog minimaal 2 weken extra bij de moeder wegens de stress die de pup intussen al heeft moeten doorstaan. Of een pup jonger of ouder dan 7 weken is kun je zien aan het gebit. Tussen 6,5 en 7,5 week krijgen pups hun volwassen gebit erbij dus zie je een extra hoektand verschijnen. Ze verliezen hun melkgebit tussen de 8 en 10 weken weer.

Maar ook wanneer je pup de juiste leeftijd heeft bereikt, maar weinig ervaringen heeft opgedaan bij de fokker, was de pup geestelijk niet volgroeid genoeg om te gaan. Bijv. als de pup amper heeft losgelopen en weinig motoriek heeft opgebouwd, of de pup extra bijtgedrag vertoond door de weinig handcontact van de fokker (ervan uitgaande dat de pup genoeg bijvoeding krijgt). Straf een pup nooit, zoek geen confrontaties op, maar geef time outs. Wees zorgzaam met hem/haar zoals een moeder zou zijn en geef de pup alle ruimte en rust om te wennen aan jou, en jij aan de pup. Dit is belangrijk voor iedere pup, maar nóg belangrijker voor pups die te vroeg uit het nest worden gehaald om trauma te voorkomen.

Biedt twee keer per week een nieuwe ervaring om gemiste ontwikkeling en eventueel motoriek bij te werken en kijk goed of je pup het leuk en spannend vindt of juist doodeng. Wanneer het goed gaat kun je op dat ritme doorgaan met nieuwe ervaringen bieden. Is de pup nog angstig? Verminder dan naar één keer per week en biedt troost wanneer nodig. Een nieuwe ervaring kan zijn: voor het eerst loslopen, een andere ruimte, een keertje naar buiten, naar de dierenarts... al dat soort ervaringen! Deze nieuwe ervaringen maken dat je pupje later beter stressbestendig wordt en leuke dingen doen met het baasje versterkt de vertrouwensband op snelle wijze. Laat je pup chippen om risico's bij ontsnappingspogingen zo klein mogelijk te houden (als dat nog niet bij de fokker is gebeurd)!

Omwille van het nog te jong zijn (leeftijd of geestelijk/motoriek dus) zal het koppelen met andere fretten anders verlopen, gezien een volwassen fret de pup meer als 'kleuter' dan 'kind' beschouwd. Ook andersom zal de te jonge pup heviger reageren op een andere volwassen fret alsof deze zijn moeder en nestgenootjes vervangt die hij eigenlijk nog zo nodig had. Beide geslachten volwassen fretten zijn hier gevoelig voor en kunnen gaan slepen met de pup. Wanneer je fretten samen in een kooi houdt (niet aan te raden, ondanks dat de pup nog zo klein is!) is het sabbelen aan de oren van een andere fret is een veelgezien teken van een pup die te vroeg uit het nest is gehaald.

Kijk voor de opvoeding van een pup onder opvoeding!


Het kiezen van de fokker, het nest en de pup

Onderscheid malafide en bonafide fokker

Een bonafide fokker:

  • is aangesloten bij een fokvereniging die de frettery, ouderdieren en pups controleert en certificeert (in Nederland is dit Vereniging Frettenfokkers Nederland)
  • de pups zijn bij (vriendelijke) mensen opgegroeid en dagelijks gehanteerd
  • de pups zitten in een hygiënisch schone ruimte en hebben genoeg ruimte om te leren klimmen en spelen
  • de pups krijgen prooivoeding en hooguit een minimum aan brokken en convalescense support. Pups die opgroeien op rauwvoeding groeien veel sneller groot, bijv. te zien aan: grootte, vacht, maar ook gedrag en motoriek. Deze voeding is duur, dus spendeer een paar tientjes extra aan een goed gevoede pup
  • de fokker beperkt zich tot een duidelijke fokrichting en past de hoeveelheid fretten daarop aan. De fokker selecteert bewust de fokfretten en fokt niet met alles dat in huis komt
  • kan je de moederfret laten zien
  • de fokker wil alles van je weten voor de frettenpup aan je te willen verkopen
  • de frettenpup is gechipt en gevaccineerd
  • behandeld alle huisdieren regelmatig met Stronghold, om te voorkomen dat de fretten oormijt hebben (wrs zo'n 90% van de fretten in Nederland, hebben last van oormijt!)
  • geeft je alle papieren (bijv. entingsbewijs) mee over de pup en geeft inzage in de papieren van de ouderdieren
  • schroomt niet je door te verwijzen naar een andere fokker of opvang wanneer zij denken dat dit een betere keus is of zij niets beschikbaar hebben
  • bereidt levenslang gratis ondersteuning te bieden voor de fret en zal de fret terugnemen wanneer dit nodig blijkt

Vragen aan de fokker van je pup

Naast de punten die hierboven genoemd worden hoe je een bonafide fokker kunt onderscheiden, is het belangrijk om zelf vragen te stellen:
  • Vraag altijd naar de ouders en grootouders van het nest (of je nu voor special of standaard gaat). Tevens belangrijk is waar zij vandaan komen en hoe de nestsamenstelling van de ouders zelf en wellicht zelfs grootouders was. Zijn er overlijdensoorzaken in de lijn bekend?
  • Let op hoeveel nestjes de fokker per jaar heeft en hoeveel fokdieren er totaal zitten. Wordt er niet te massaal gefokt?
  • Hoeveel pups zitten er in het nestje? Zijn er pups overleden? Is de bevalling zonder problemen verlopen?
  • Vind je ervaring belangrijk? Let er dan op dat de fokker minimaal twee of drie jaar serieus fokt.
  • Worden de pups gecontroleert door een dierenarts? Deze controleert o.a. alle hartjes en vormt na controle een algehele second opinion op die van de fokker zelf. Wanneer dit niet is gebeurd dan is het natuurlijk aan jezelf of je daar voor wilt gaan (met de risico's die daarbij kunnen horen).
  • Wanneer is de pup geënt, en moet er nog een tweede enting worden gedaan? Een fokker kan vanaf 6 weken inenten (maar hoe meer richting die 9 weken hoe beter).

Controleer bij langsgaan:

  • Of de informatie die je vooraf hebt gelezen en gekregen klopt.
  • Of de hokken schoon zijn.
  • Wanneer de fokker dit zelf niet heeft gedaan (gezien veel dierenartsen ook niet weten waar op te letten):
    • Of alle pups 6 snijtandjes hebben (hele kleine tandjes tussen de bovenste hoektanden in, dat mogen er niet meer of minder zijn). Ook de ouders (een gezonde fret die niet tralie trekt of verkeerde voeding krijgt) behoren er 6 te hebben.
    • Of de balletjes bij de rammen uit het nest zijn ingedaald (dat kan sowieso vanaf 7 weken).
    • Teentjes tellen (soms komt dat zelfs voor in de vorm van een dubbele nagel) hoort er ook nog bij in het lijstje.
    Dit zijn allen erfelijke afwijkingen.
  • Welke indrukken de pup al heeft opgedaan. Heeft deze al eens buiten gespeeld, met water gespeeld, andere fretten dan zijn moeder en nestgenootjes ontmoet, gereisd, een dierenarts gezien, etc.?
  • En de allerbelangrijkste: of je een goede klik hebt met de pup! Dusdanig, dat je er 10 jaar helemaal voor wilt gaan, wat er ook gebeurt...

Wat voor lijn kies je?

Een fokker moet bij je wensen en idealen aansluiten. Wanneer je net begint is het extra moeilijk om te bepalen wat je wensen en idealen zijn, gezien je nog geen of amper fretten kent. Zorg dat je jezelf goed informeert voor je kiest voor een bepaalde 'lijn' fret. Grofweg zijn er 4 type fretten:

  • Standaard: Jachtlijnen
  • Specials: Wit aftekening lijnen
  • Specials: Self/Solid lijnen
  • Specials: Angora lijnen

Wanneer je voor specials kiest, weet dan wel wáárvoor je kiest, lees je goed in en maak een bewuste keuze, want veel beginners kijken niet verder dan het uiterlijk van de fret. Als je er gek op bent, kun je ervoor kiezen bepaalde problemen te accepteren. Over gezondheid valt te twisten, gezien goede special fokkers echt wel zullen trachten de gezondheid van deze dieren zo gezond mogelijk te houden en om de lijnen zelfs te verbeteren.
Goede special fokkers zijn zowel schaars als prijzig (o.a. door aanschaf van prijzige goed opgebouwde lijnen), al is andersom een hoge prijs geen garantie voor een goede special fokker... Special fokkers zouden met goede genetische- en fokkennis moeten fokken, maar dit is vaker niet dan wel het geval.

Hieronder staan de problemen die aan de orde kunnen zijn per type lijn op een rij. Onderstaande lijnen kunnen ook gecombineert zijn:

Standaard jachtlijnen

Dit betreffen enkel wildkleur, sandy en albino fretten (waarbij een variant op sandy de chocolat en cinnamon kan zijn). Fokkers letten hier niet zozeer op kleur (kunnen wel een voorkeur hebben voor bijv. lichte fretten in het veld of het karakter van wildkleurtjes), maar letten vooral op karakter en gezondheid. Wanneer de fretten ook bejaagd zijn, wordt er bijv. ook gelet op het uithoudingsvermogen in het veld en de grootte van de fret. Jachtlijnen zijn dan ook meestal wat klein tot gemiddeld, en zelden van groot formaat fretten. Er wordt op natuurlijke wijze met fretten en nesten omgesprongen en er komt weinig tot geen medische hulp bij: wat het niet haalt, haalt het niet... Deze hardere aanpak zorgt doorgaans voor sterke lijnen en moertjes zonder bevallingsproblematiek, zoals we die wel vaker bij specials zien.

Het karakter van jachtlijnen is niet slechter dan die van bewust gefokte gezelschapsfretten. Ze zijn soms wel actiever te noemen en hebben soms wat meer mening.

Problemen kunnen zijn dat de meeste fokkers gewone jagers (zogenaamde fretteurs) zijn, die niet fokken voor de fok, maar doordat zij uit trots hun eigen fretten en deze gezondheid en karakter willen hanteren in hun aankomende jachtfretten. Nu is die selectie juist een voordeel, maar het nadeel is dat de meesten daardoor geen documentatie van hun lijnen bijhouden, en daarnaast zonder chip en enting, of enige andere nazorg en goede informatie plaatsen. Zij houden hun fretten nu eenmaal zelf niet voor gezelschap en houden hun fretten daardoor vaak op andere wijze. Niet helemaal het juiste voorbeeld als je wel gezelschap voor ogen hebt... Daarnaast kan de reden voor fok ook zijn dat ze geen geld uitgeven aan castraties. Omdat fretteurs niet letten op kleur, kan het zijn dat een enkeling toch met een special aan de haal is gegaan. Zo zien sommigen amper het verschil tussen een Albino of een DEW, zolang de fret maar goed jaagt...
Een laatste probleem voor de gezelschap bij fretteurs, is dat zij geregeld houden van het jagen (en dus ook fokken) met frunzen. Dit zijn bunzing x fret kruisingen die voor veel gedragsproblemen zorgen in de gezelschap. Lees meer onder frunzen. Een goede fretteur zal nooit fruns pups plaatsen bij een gezelschapsliefhebber en alleen bij een andere fretteur, maar helaas is dat niet altijd het geval.

De standaard gezelschapsfokker is net als de goede special fokker schaars, doordat zij net als hen zeer doelbewust fokkeuzes maken, maar ze zijn er wel. De meeste middenmooot, om het zo maar te noemen, fokt nu eenmaal 'van alles wat' zonder een bewust doel met de lijn voor ogen.

Specials: wit aftekening lijnen

In een standaard lijn kan soms een witte bef of een wit teentje voorkomen (de prille mitt / witvoet variant). Maar iedere fret die een goede mitt heeft komt geheid uit een wit aftekening lijn. Van weinig naar veel krijg je vervolgens: Blaze, Pinto/Polka Dott (mengeling tussen Blaze en Panda), Panda, Marked White en DEW. Tevens is een Roan kleur concentratie (te vinden in Silver Mitt fretten, officieel de Black Roan Mitt) ook afkomstig door een percentage witte dekharen en dus ook een wit aftekening lijn.

Problemen in deze lijnen is veelal het karakter en doofheid (voortkomend uit het Waardenburg Syndroom die gepaard gaat met deze mutatie om wit te krijgen). De moertjes zijn duidelijk stukken feller dan andere lijnen wederom oplopend in de volgorde zoals hierboven vermeldt. De meesten beschikken over een uitgebreide specialistische handleiding en zullen nooit zeer handtamme fretjes worden. De rammen hebben met name last van doofheid tijdens hun puberteit. Op dit punt proberen ze vaak hun dominantie te tonen en doordat ze alleen hun zicht en geen gehoor hebben wordt het lastig om te bepalen wanneer een andere fret zich overgeeft. Andere fretten kunnen zich dan ook lelijk verwonden, met name in de nek. De boosdoener tijdelijk apart houden en zo snel mogelijk castreren is hier een oplossing voor.
Een bijkomstig probleem van deze doofheid en karakterproblemen zijn dat deze fretten nog eens éxtra gevoelig zijn voor stress. En dat zijn normale fretten al snel... Echter zijn deze dieren doorgaans niet de sterkste bij hun geboorte (ze zijn letterlijk kleiner dan hun wildkleur broertjes of zusjes in het nest), en bij volwassenheid krijgen de organen het met de extra stress hard te voortduren. Dit worden meestal op jonge leeftijd al chronisch zieke dieren. Denk dan vooral aan maagproblemen, ten gevolgde van de stress.

Specifieke genetische problemen zijn vergroeiingen (zoals beenmerg, knikken in staarten, scheve neus), missen van genitaliën en/of staart, open schedels, vergroot hart, niet indalen van ballen en 6 tenen of dubbele nagels. Dit komt niet in iedere lijn voor, maar doofheid en karakterproblemen en dus de gevolgen daarvan, helaas wel.

Specials: Self/Solid lijnen

De basiskleur kan verschillen, bijv. "Black Solid", "Chocolat Solid". Waarbij de Self wenkbrauwen mag ontwikkelen en de Solid niet. Dat een fret meer wildkleur uit een dergelijk nest geboren wordt en dus niet helemaal door gaat voor een Self of Solid, wil niet zeggen dat het niet uit dezelfde lijn komt en dus dezelfde problemen kan hebben.

Voor deze kleuren is relatief veel lijnteelt gebruikt om de lijnen op te bouwen. Het niet indalen van ballen, 6 tenen of dubbele nagels en tumoren zijn voorkomende problemen in de slecht opgebouwde lijnen.

Specials: Angora lijnen

Angora moertjes staan erom bekend geen, te weinig of melk te geven zonder genoeg voedingswaardes. Zij kunnen hierdoor hun eigen pups niet opvoeden en Angora's worden vaak dan ook gefokt door de pups aan te leggen bij een kortharig tot half Angora moertje. Een betere optie (waar nog altijd veel fretteneigenaren tegen blijven en dus tegen de fok van Angora's zijn) is het zogenaamde coparenten van de Angora moer met een ander moertje, zodat zij samen 2 nesten kunnen opvoeden en de natuurlijk cyclus van de Angora moer niet verloren gaat en uitgebuit wordt. Fokkers die hier achteloos mee omgaan, kunnen echter hele nesten laten uithongeren. Dat was natuurlijk niet hun wens, maar dat is nu eenmaal het gevolg van onvoorziene problemen bij coparenten.

Gemengde lijnen en onvoorziene problemen

Daarnaast worden deze lijnen praktisch bij iedere kleurenfokker gemengd waardoor ook de genetische problemen uit beide lijnen tegelijk aanwezig kunnen zijn of elkaar kunnen versterken. Ook zijn er bij specials veel problemen met drachtige of bevallende moertjes (zo zijn moertjes beduidend vaker 'leeg' oftewel schijndrachtig) en afwijkingen pups bij, waardoor niet weinig pups overlijden zonder dat de kopers hier ook maar iets van hebben meegekregen. Dit krijg je namelijk als geïnteresseerde niet snel te horen.

Besef je ook dat wanneer fokkers met deze kleuren fokken er bij een special x standaard kruising 50% kans is op special kleurtjes en 50% standaard. Deze standaard fretten zijn qua uiterlijk dan niet anders dan die uit jachtlijnen, maar zij kunnen dezelfde fouten bij zich dragen als hun broertjes en zusjes. Zo zijn standaard fretten in een opvang dus ook lang niet altijd standaard fretten.

Copyright © Fretteninformatie.nl