Logo

Voortplanting en fok

Index (klik op een kleur)

Vrouwtjes- en mannetjesfret: De vrouwtjes fret, De mannetjes fret
Inlezen en voorbereiding: Fokken?, Voorbereiding, De risico's / Wat kan er mis gaan, De keuze van de ouders, Genetica
Van dekking tot pups: De dekking, De bronstige ram, De dracht, De bevalling, De pups
Schijndracht en moederloze pups: Schijndracht, Pups overleggen, Verzorging van moederloze pups
Make it real: Fokprogramma opstellen


UBN nummer

Ga je fokken? Meld je dan aan voor een UBN nummer. Waar je als fokker aan voldoet zijn de volgende punten, waardoor je je moet aanmelden:

  • U verkoopt of levert de dieren af aan anderen dan familie en vrienden.
  • U vangt de dieren op tegen een vergoeding en u plaatst hiervoor advertenties.
  • U heeft ruimtes speciaal ingericht voor de opvang, handel of het fokken van de dieren.
Kijk op MijnRVO.nl voor meer informatie en hoe je je kunt aanmelden.


De vrouwtjes fret

Vrouwtjes worden seksueel rijp in de lente volgend op hun geboorte, oftewel op 6-12 maanden leeftijd.

Het begin van de loopsheid wordt gekenmerkt door zwelling van het geslachtsdeel, de vulva, tot een koffieboon groot:

Gezwollen vulva

Er zijn moertjes bij wie je uitvloeiing ziet (meestal doorzichtig slijm, maar soms wat bloed). Sommigen ruiken ook sterker.

Als de fret niet gedekt wordt blijft zij zes maanden loops (van maart tot augustus). De eisprong treedt namelijk pas op ná een dekking. Als een fretje niet gedekt wordt, veroorzaken de hoge vrouwelijke hormoonspiegels een verminderde functie van het beenmerg. Kijk voor meer informatie bij beenmergdepressie onder medisch. De fret kan hier uiteindelijk aan dood gaan.

De loopsheid is afhankelijk van de lengte van het daglicht en de temperatuur. Ben jij dus van plan een nestje te nemen, zorg van voor zo natuurlijk mogelijke omstandigheden. Ze je fretten in een ruimte zonder verwarming, en gebruik in die ruimte ook geen licht. Het houden van fretten in de woonkamer met verwarming, en bijvoorbeeld zelfs het hebben van een kerstboom al, kan invloed hebben op de cyclus van het moertje.

Twee nesten per jaar kan soms mogelijk zijn. Sommige moertjes worden een tweede keer loops na (schijn)zwangerschap en/of zodra de jongen bij haar weg zijn. Wanneer de bronstijd nog niet voorbij is kun je haar in principe een tweede keer laten dekken, maar over het algemeen wordt dit niet erg geaccepteerd omdat er gespeculeerd wordt dat de pups dan niet gezond zijn.


De mannetjes fret

Fretten bereiken de pubertijd als tussen de 11-13 weken tot ong. 16 weken. Ze worden daarna seksueel actief van ongeveer december-februari tot juli-september bij natuurlijke omstandigheden. Ook bij een mannetje is dit afhankelijk van de lengte van het daglicht en de temperatuur (lees hierboven onder de vrouwtjes fret). Mannetjes waar niet mee gefokt wordt, kunnen het beste mits niet eerder nodig begin december gecastreerd worden om de bronst voor te zijn. Castratie maakt ze makkelijker in de omgang en vermindert de lucht die zij verspreiden.

Wanneer je de ram niet castreert zul je deze hoogstwaarschijnlijk apart moeten zetten wanneer hij last van zijn hormonen krijgt. Wanneer je dit niet doet zal hij dekgedrag gaan vertonnen naar de andere fretten en dit levert veel stress op. In de periode dat de ram niet seksueel actief is zal hij ook geen last hebben van zijn hormonen en kan hij ook weer gewoon deelnemen aan de groep. Niet elke ram is geschikt als dekram, al is het alleen maar omdat sommigen het niet verdragen om enkele maanden (5 à 6 per jaar) apart van de groep te moeten zitten. Tijdens de bronstijd sproeit hij niet, maar sleept wel met zijn achterlijf over de grond heen en laat zo een urinespoor achter.

Een ram kan behoorlijk oranje worden van de extra lichaamsvetten die hij aanmaakt. Dit maakt dat Albino's bijna geen Albino's meer lijken en zorgt overigens ook voor de onaangename geur. Hieronder zie je links een ongecastreerde Albino en rechts een gecastreerde naast een ongecastreerde Wildkleur ram:

Ongecastreerde rammen

Er kan natuurlijk alleen succesvol gedekt worden met een vruchtbaar mannetje, dus intact (niet gecastreerd) en met ingedaalde ballen. Je moet dan ook een balzak kunnen zien hangen. In de bronst periode zwelt deze flink op, waar hij in de winter amper zichtbaar is. Bij pups zijn de ballen niet groter dan twee kleine erwtjes.


Fokken?

Wat is de reden dat je met fretten wilt gaan fokken? Wil je eens meemaken hoe het is om een nestje te hebben? Denk je er geld mee te kunnen verdienen? Of om zo geen fret erbij te hoeven kopen? In dat geval zul je toch eens bij jezelf te rade moeten gaan! Bedenk je goed of alle risico's en kosten het waard zijn om deze stap te nemen!

Gerespecteerde en ervaren fokkers zullen dit soort fokpogingen niet echt waarderen, ténzij je alles in je macht hebt gedaan om zoveel mogelijk informatie en ervaringen bij elkaar te verzamelen als je kunt, geruime ervaringen hebt met het verzorgen van fretten en de ouderfretten niet zomaar inzet omdat je ze toevallig al hebt.


Voorbereiding

De voorbereiding is eigenlijk nog het belangrijkste stadium wat betreft het willen fokken met fretten.

  1. Het allermeest belangrijke hierin is is informatie zoeken. En dat wil nog niet eens zeggen alle mogelijke websites bekijken die iets te maken hebben met fokken, maar ook zovéél mogelijk ervaringen vragen bij bekende goede fokkers (let op niet elke bekende fokker is ook daadwerkelijk goed). Hier steek je namelijk nog het meeste van op. Informatie vinden is niet gemakkelijk! Er bestaan weinig boeken er artikelen over het fokken met fretten, en je zult dan ook je meeste informatie regelrecht bij fokkers vandaan moeten halen en hier ook al je vragen stellen. Wat betreft het inlezen moet je minstens 3 maanden uittrekken, want je komt iedere keer weer nieuwe dingen tegen die je dan toch nog niet blijkt te weten. Een belangrijk punt van inlezen: genetica! Het is logisch dat fokken alles te maken heeft met het doorgeven van genen en zo goede en gezonde dieren te fokken. Toch houden de meeste fokkers zich hier nog nauwelijks mee bezig, dus zorg dat je hier je eigen weg in vindt. Onderschat de moeilijkheid van deze informatie niet! Je moet hiervoor biologisch (erfelijkheid) inzicht hebben en de meeste informatie zul je in het buitenland vinden. Taalkennis is hier dus ook zeker voor nodig. Weet wat je doet wanneer je 2 fretten kruist! Zoek alle mogelijke informatie op die je kunt vinden over achtergrond van de ram en het moertje en doe zoveel mogelijk navraag hierover. Ga niet experimenteren met kleuren maar verdiep je in de genetische problemen die elke kleur met zich mee brengt. Een klein deel van deze informatie kun je bij mij vinden op deze pagina.
  2. Zorg ervoor dat beide partijen adv getest zijn d.m.v. de CIEP test. En niet alleen het moertje en de ram, maar ook alle andere fretten die de eigenaar in huis heeft. Na deze adv test is het van groot belang dat je geen risico's meer neemt wat betreft deze ziekte, dus zorg dat je geen contact meer hebt met fretten van buitenaf. De adv test kun je het beste aan het begin van het jaar uitvoeren, nog voordat de moertjes loops gaan worden. Denk aan januari/februari.
  3. Beide ram en moertje zijn geënt met nobivac puppy dp, als pup 2 maal en daarna jaarlijks.
  4. De financiën. Wees je zéér bewust van de kosten van een nestje! En je zult deze kosten moeten voorschieten, want het geld voor de pups krijg je pas aan het einde van de rit.
    • Een adv test is vaak prijzig (bij dierenartsen al snel vanaf € 50 per fret).
    • Zorg dat je altijd geld achter de hand hebt in het geval van complicaties (denk aan minimaal € 200 per moertje).
    • Daarnaast moeten er misschien nieuwe kooien komen. Een dekram heeft namelijk een aparte huisvesting nodig van de rest van de fretten, en het moertje moet 1 à 2 weken voor de bevalling ook een aparte kooi tot haar beschikking hebben tot aan dat de pups van huis weg mogen. Kijk voor de inrichting onderin deze pagina onder huisvesting van de pups.
    • Gebruik je een externe dekram? Dan zul je hier waarschijnlijk ook dekgeld aan kwijt zijn.
    • Daarnaast heb je veel geld nodig voor de bijvoeding van de pups, die zij vanaf een week of 3-4 krijgen. Bijvoeding is vaak alles behalve goedkoop en het grootste gedeelte van je financiën gaat hier dan ook inzitten. Zij moeten elke dag tot 2 maal daags bijvoeding krijgen van hoge kwaliteit. Lees meer onder voeding.
    • Daarnaast is het allerminst verkeerd om de pups alvast met hun eerste enting naar hun nieuwe eigenaren te laten gaan. Hiervoor moet je soms prijsafspraken maken met je dierenarts. Pups mogen vanaf 6 weken geënt worden mits zij gezond zijn. Tegenwoordig worden de pups bij sommige goede fokkers ook gechipt voor zij weg gaan. Als verantwoordelijke voor de gefokte pups is dit zeker niet onbelangrijk, want dit is een manier om te verkomen dat jouw pups in opvangen belanden en uiteraard ook een stukje kwaliteit voor op de stamboom. Dit kun je bij behoorlijk wat frettery's en opvangen laten doen inmiddels voor € 15 (zo ook bij mij). Mocht je willen weten wie dit bij jou in de buurt kan kun je contact met mij opnemen.
  5. Eén nestje neemt vreselijk veel tijd in beslag. Vooral wanneer de moeder stopt de ontlasting van de pups op te ruimen. Het is niet ongebruikelijk dat je twee keer per dag de complete kooi zult moeten schoonmaken en soppen. Denk daarbij aan frettenvoer en poep door het complete hok. Stel je eens voor dat jij terugkomt van je werk, mama en pups lekker in de schone nestbox liggen te slapen die jij ze die morgen hebt gegeven, maar de rest van de kooi een ravage is! Het is dus écht niet altijd zo leuk om pups te hebben. Daarnaast hebben de pups dagelijkse training nodig en socialisatie. Ook pups van enkele weken oud hebben tandjes, scherp als naalden! Ook zij kunnen, expres of per ongeluk, flink bijten!
  6. Daarnaast is het van belang dat je geïnteresseerden hebt voordat de pups komen, en dat diegenen ook daadwerkelijk verstand hebben van fretten en weten waar ze aan beginnen. Je zult ze moeten uitleggen wat het inhoud om een pup te moeten opvoeden in veel gevallen. Wees je ervan bewust dat je het risico loopt dat je de pups zult moeten terugnemen als het toch niet wil lukken bij de nieuwe eigenaren. Het krijgen van een nestje stopt dan ook niet wanneer de pups het nest verlaten! Met je nazorg zul je ook nog flink wat tijd kwijt zijn. Fokkers zouden in principe geen enkele invloed moeten hebben op de opvangen. Als je de pups niet kwijt kunt, dan zou dat een reden moeten zijn om te realiseren dat je misschien eens wat zou moeten minderen!
  7. Het is niet verkeerd een moertje achter de hand te houden ergens bij jou in de buurt die een paar dagen voor jouw eigen moertje moet bevallen, mocht je zelf geen meerdere nestjes krijgen. En zelf als dit het geval is: zorg dat je meerdere opties hebt! In het geval dat het moertje haar pups dan negeert of niet genoeg, te weinig kwaliteit of helemaal geen melk geeft, kun je overwegen om de pups over te leggen naar het moertje die dan al pups heeft. Moertjes accepteren andere pups meestal moeiteloos. Echter is het wel van belang dat het andere moertje zelf daardoor niet teveel pups op haar hals krijgt, en daarom is het belangrijk meerdere opties te hebben. Pups moeten in dit soort gevallen snel overgelegd worden, haast is dus geboden, en een fokker die een beetje in de buurt woont ook! Je moet gewillig zijn op alle mogelijk tijden hier naartoe te kunnen rijden, hier de mogelijkheid toe hebben, en uiteraard moet de andere fokker dit ook willen.
  8. Heb je een goede dierenarts? Eén die verstand heeft van fretten en goed op de hoogte is van de voorplanting en de problemen hierbij onder dieren? Zo niet: neem samen met je dierenarts rustig de tijd om dit alles uit te zoeken. Het is tenslotte ook niet niets voor de dierenarts. Hij/zij moet paraat willen staan 's avonds en tijdens het weekend en bijtijds op de hoogte zijn van de uitgerekende datum. Een goede tip hiervoor is: plan je nestjes doordeweeks, bijvoorbeeld dinsdag of woensdag, zodat mocht ze over tijd zijn je niet in het weekend zit.

De risico's / Wat kan er mis gaan:

Veel voorkomend:

  • Moertjes hebben een behoorlijke grote kans op schijndracht wanneer je te vroeg in het jaar dekt. Schijndracht is buiten voelen of er pups zijn of röntgenfoto's laten maken, niet te onderscheiden van echte drachtn. Dek dus niet te vroeg in het jaar maar pas vanaf maart, liever nog april. Zorg daarnaast dat het moertje 2 à 3 weken loops is voor je haar dekt. Wanneer ze echt vroeg loops wordt kun je maximaal 6 weken wachten met de dekking.
  • Een baarmoederontsteking is een veelvoorkomend risico. Deze kan ontstaan tijdens de (schijn)dracht, of vlak na de bevalling.
  • Bij een baarmoederontsteking of te weinig pups loopt de moedermelk terug. Bij een klein nest of vroegtijdig overlijden kan het moertje binnen 2 weken weer loops zijn!
  • Onvoldoende weeën, dwarsligging, een pup die vast zit in het geboortekanaal, enzovoort.. kunnen allemaal voorkomen. Zorg dat je van de voren een ervaren dierenarts achter de hand hebt. Complicaties als een baarmoederontsteking en keizersnedes kunnen zeer duur zijn. Zorg dus voor minimaal € 200 reserve per moertje.
  • Bevallingen kunnen op de raarste tijden beginnen, en dus ook de complicaties. Je dierenarts en back-up moertje / fokker moeten bereidt zijn op deze tijden in te willen springen. Daarnaast moet je vrij kunnen vragen van je werk zonder problemen om het moertje te kunnen ondersteunen hierin.
  • Een moertje kan een melkklierontsteking krijgen, dit is vrij veelvoorkomend bij fretten! De pups raken hierdoor geïnfecteerd met bacteriën en het merendeel overleefd het vaak niet. Ook het moertje kan hieraan overlijden als zij geen antibiotica krijgt. Wanneer er veel druk op de melkklier achter de tepel staat, deze hard is en/of blauw aanloopt, kun je proberen de tepel te 'melken'. Soms spuit de melk er dan daadwerkelijk uit. Let wel op dat dit pijnlijk is voor het moertje. Risicomomenten zijn vlak na de bevalling (de melkklieren moeten dan nog wennen aan de hoeveelheid pups), en zodra de pups beginnen te eten (zorg dus ook dat dit geleidelijk gebeurd en laat de pups zogen en niet eten wanneer de melkklieren van de moederfret hard worden).
  • Moertjes met pups kunnen flink pittig zijn door hun moederinstinct. Moertjes kunnen fel reageren als je haar en haar pups stoort. Vitaminepasta of Waltham om af te leiden biedt uitkomst. Probeer verder respect te hebben voor haar taak als moeder.
  • Een moertje kan overlijden als gevolg van de dracht. Dit is mijzelf ook eens bijna overkomen (zie het nest van Lot uit 2006 in het frettery gedeelte).
  • Een te klein nest kan zorgen voor: moeilijke bevalling, gebrek aan moedergevoelens, tekort aan moedermelk.
  • Het moertje kan een pup in het nest negeren wanneer deze niet gezond is in haar ogen, of zelfs het hele nest om verscheidene redenen. In het eerste geval overlijdt een pup, in het tweede zul je het nest moeten overleggen naar een ander moertje.
  • Moertjes die voor het eerst werpen, hebben soms wat problemen met de nageboorte en bijten soms per ongeluk een pootje of staartje eraf. Veel pups overleven een antibiotica kuur nog niet en zullen hieraan overlijden.
  • Complicaties kunnen onzichtbaar zijn (de fret laat niets merken). Ken daarom je fret! Ze mag nooit suf maar moet attent reageren. Misschien zal ze niet in tralies klimmen als reactie of iets dergelijks, maar moet wel helder en nieuwsgierig opkijken.
  • Veel risico's ontstaan door foute huisvesting van moeder met nestje. Pups kunnen vallen in of zelfs uit de kooi. Lees meer op deze pagina onder De pups > Huisvesting.
  • Ben je verkouden? Zorg dan dat je uit de buurt blijft van het moertje en de pups. Voorkom dat je ze aansteekt. Heb altijd een tweede persoon achter de hand voor de verzorging.

Specifiek vaker voorkomend in special nesten:

Zie genetica verderop deze pagina onder "Witaftekening, en doofheid onder fretten (neural crest disorder)" en dan "Onderzoeksresultaten" en voor Angora vouw je "Angora (ras)" open voor meer informatie en/of bewijs voor onderstaande punten.

  • Een deel van de pups uit het nest overleeft het vaak niet. Hoe goed je voorzorgsmaatregelen ook zijn. Bij witaftekening fretten is dit soms te wijten aan "neural crest disorder" (vroeger gedacht Waardenburg-syndroom), bij Angora fretten aan de melkproblemen met Angora moertjes.
  • Er kunnen dode pups, of een geheel dood nest geboren worden. Het is niet altijd duidelijk wat de oorzaak is. Wanneer verschillende vrouwtjes dode pups baren terwijl zij door hetzelfde mannetje gedekt zijn dan is het verstandig niet verder door dit mannetje te laten dekken. Bij witaftekening fretten is dit soms te wijten aan "neural crest disorder".
  • Een moertje kan geen, niet genoeg, of niet voldoende kwaliteit melk produceren. Angora moertjes staan erom bekend geen, te weinig of melk te geven zonder genoeg voedingswaardes. Zij kunnen hierdoor hun eigen pups niet opvoeden en angora's worden vaak dan ook gefokt door de pups aan te leggen bij een kortharig tot half angora moertje. Een betere optie (waar nog altijd veel fretteneigenaren tegen blijven en dus tegen de fok van Angora's zijn) is het zogenaamde coparenten van de angora moer met een ander moertje, zodat zij samen 2 nesten kunnen opvoeden en de natuurlijk cyclus van de angora moer niet verloren gaat en uitgebuit wordt. Hier zitten echter wat haken en ogen aan, waardoor je je goed moet laten informeren door ervaren coparenters. Als een combinatie mislukt, kan het complete nest overlijden. Dit komt nog steeds veel voor.

Nog nooit vernomen, maar voor de zekerheid toch vermeldt:

  • In geval van nood kan het zo zijn dat het moertje de pups doodbijt. Zorg dan ook voor een rustige omgeving en ga niet onnodig aan de pups zitten in de eerste 2 weken. Haal ook geen vreemde fretten in huis, ook niet tijdens drachten.

De keuze van de ouders

Baseer de keuze van de fretten die je wilt gebruiken voor een nestje in de volgende volgorde:

  1. Gezondheid van de fret: speur zoveel mogelijk terug in de lijn en vraag zoveel mogelijk over het nest waar de fret uitkomt, ouders, grootouders, overgrootouders, tantes en ooms noem het maar op. Hoe oud zijn ze geworden, waaraan zijn ze gestorven, zijn er bekende ziektes in de lijn? Dit zijn allemaal vragen die je moet stellen. Verder moet de fret zelf een goede lichamelijke conditie hebben, de vacht ziet er losjes en vol uit, heeft geen oormijt, ziet er goed gevuld uit. De fret is bij voorkeur geënt en gechipt.
  2. Karakter van de fret: de fret is goed hanteerbaar, zachtaardig van karakter en laat zich ten alle tijden makkelijk zonder strijd oppakken. De oorspronkelijke opvoeding van de fret moet praktisch niet aanwezig zijn geweest. Bij voorkeur is de fret goed nieuwsgierig, kan met alle fretten goed overweg, is niet gevoelig voor stress of trauma's en is goed speels. Karakter geeft in erfelijkheid flink door op de pups! Een fret die hiervan afwijkt voor de fok inzetten levert een pittig nest op! Maar 1 à 2 pups uit ieder nest zijn uiteindelijk geschikt voor de fok. Dat zijn er gemiddeld 1 op de 10.
  3. Kleur en bouw van de fret: fok je op een bepaalde bouw? Klein, groot, neus, oren, manier van staan. Dit zijn zaken waar je op let. Fok je op een bepaalde kleur? Uiteraard moet deze zo goed mogelijk aan de standaard die hiervoor staat voldoen.

De 123 regel klinkt heel mooi en logisch, maar is heel lastig te monitoren in de praktijk. Want hoe controleer je dit nou als fokker? Een handigheidje hiervoor, is dat je naar eigen tevredenheid percentages aan je resultaat van nesten hangt. Percentage 2 (karakter) mag nooit percentage 1 (gezondheid) overstijgen bijvoorbeeld. Doet het dat wel? Dan zul je bij het evt. volgende nest meer op een ander onderdeel moeten richten, of je kunt er zelfs voor kiezen de lijn stop te zetten vanwege het incident. Klik op deze verdieping indien je wat praktijkvoorbeelden wilt van omgaan met deze percentages Een voorbeeld hoe dat er in de praktijk uitziet:

Een nest was naar eigen maximum tevredenheid per onderdeel 100% gezond, karakter was 80% en kleur of bouw is 50%.

Conclusie: je hebt genoeg speling om je iets meer te richten op het beter maken van de bouw en/of kleur. Bijv. het letten op het masker, de stand van de oren, de grootte van de fret, etc.

In dit specifieke geval kon ik mij gaan richten op het verkrijgen van iets langere staarten in de lijn en het weer iets bijsturen van de vorm van de oren.
.

Als je deze punten naloopt zal maar 1 op de 10 fretten geschikt zijn voor de fok. En fok je op kleur? Dan zal dit zelfs nog verder dalen. Fokkers die op kleur fokken houden zich helaas meestal als eerste met de kleur bezig, daarna pas met de lijn en eventuele ziektes en daarna pas met het karakter. Het is niet gezegd dat gezondheid en karakter niet wordt nagestreeft, maar het wordt meestal pas gecontroleerd als het kleurtje voldoet. Een goede fokgeschikte fret met een speciale kleur of aftekening vinden is bijna zoeken naar een speld in een hooiberg en komt vaak van andere zeer goed aangeschreven fokkers, die nauw met elkaar samenwerken om lijnen op te zetten. Deze zijn echter wel erg prijzig om die reden.

Het doelloos fokken van fretten is een grove fout die veel voorkomt bij beginnende fokkers of gewone eigenaren met pleziernestjes. Het nog niet voldoende ervaring hebben met de genetica, afwijkingen, de lijnen zelf en mogelijkheden van uitkomsten zorgen voor een versterking van vaak slechte genen. Voordat deze fout hersteld is ben je een fiks aantal generaties verder. Besef je als fokker dus goed waar je mee bezig bent als je met fretten fokt! Een fokker hoort een duidelijke fokrichting te hebben en verstand van zaken te hebben!

Wanneer uiterlijk (kleur of bouw) de gezondheid aantast en ook niet meer (gemakkelijk) eruit te fokken is (denk bijv. aan Angora moertjes die zelf geen (goede) melkproductie hebben, of "neural crest disorder" bij fretten met veel witaftekening) zou deze afwijking eigenlijk stopgezet moeten worden. Op zo'n moment gaat het uiterlijk de gezondheid te boven..., want de fretten zijn zo uniek en mooi (vinden sommigen) dat sommige eigenaren en fokkers deze problemen er voor over hebben. Dit probleem bestaat ook bij andere diersoorten zoals honden en is helaas het gevolg van de huidigie maatschappij en gezelschapfokkers (inhoudende dat zij niet meer voor het oorspronkelijke doel fokken: een jacht- of werkdier). Meer over de risico's in onze huidige maatschappij lees je in deze verdieping Doordat de oorspronkelijk functie van het dier weg is (bij fretten jagen), letten we doorgaans niet genoeg op lichamelijk sterke kenmerken, maar meer op uiterlijk. Fokkers en liefhebbers zijn uit liefde voor het gezelschapsdiertje dat ook leuk, schattig of stoer om te zien moet zijn, de gezondheid van het lichaam uit het oog verloren. Zodra dit wordt onderzocht of aangetoond is zijn ze ook niet van deze liefde af te halen, ondersteund door andere mensen die deze liefde delen en hun liefde en hobby niet op willen geven. Geef jij ze ongelijk? Maar dat wil niet zeggen dat als je nu begint met fokken of zelfs al fokt maar hier nog voor openstaat, je het niet beter aan kunt pakken en we hiervan wat hebben kunnen leren.

Het risico van keuringen
Ook keuringen / shows zijn een probleem. Keurmeesters kijken naar de lichamelijke conditie zoals spiermassa, het karakter (momentopname) en het uiterlijk. Men kijkt niet naar de gezondheid van de lijn, zoals: resultaten en problemen in nesten, ouderdomskwalen, overlijdensoorzaken, hoe vaak de fret ziek is of het dagelijkse karakter. Zij kunnen hier natuurlijk ook niet op oordelen, maar dit zijn behoorlijk essentiële onderdelen die overgeslagen moeten worden!
De keuringseisen worden vervolgens steeds verder aangescherpt om maar unieke winnaars met een nog betere rasstandaard te krijgen.
Zo lopen er bijvoorbeeld hondenrassen rond waarvan de schedel te klein is voor de hersenen, die niet meer op eigen kracht kunnen bevallen, met slechte heupen en ga zo maar door. Zeer veel hondenrassen zijn in snel tempo in de knoei gekomen en zomaar teruggaan naar het nog gezonde zelfde ras is niet meer zomaar mogelijk, o.a. doordat fokkers en rasverenigingen zo vastgeroest zijn in deze uiterlijke kenmerken dat zij dit ronduit niet meer willen inzien. En zodra het hele ras nu in gevaar is gekomen verdedigen velen zich des te harder; zij willen het ras niet kwijtraken waar ze zoveel passie voor hebben. Ieder persoon die nog nooit van zo'n bepaald hondenras heeft gehoord, schrikt zich wezenloos bij het zien van deze honden in de media en kan zich amper voorstellen dat deze mensen dierenliefhebbers zijn....

Laten we het bij de fretten hiervan wat opsteken en de 123 regel goed hanteren. Het is bij fretten in het verleden al de verkeerde richting uitgegaan.

Lichtpuntjes
Een lichtpuntje is dat fokverenigingen dit wel kunnen tegenhouden in hun voorschriften. Dit biedt voor fokkers minder vrijheden.

Nog een tweede lichtpunt is dat we in Nederland amper frettenkeuringen hebben en zo wel, worden deze vaak georganiseerd door stichtingen die één of meerdere medisch specialisten inschakelen om de fretten te keuren. Er komen dus weinig keurders die geen dierenarts zijn of uiterlijke kenmerken aan te pas.

Huidige gevolgen in de frettenfok
Wij mensen hebben de eigenschap ons beter te willen voelen dan anderen. Eigenaren en fokkers geven in de praktijk liever een paar jaar levensverwachting op dan dat zij niet het leukste en bijzonderste diertje in huis hebben. Dat is jammer: een dier zou nooit een mode-item mogen worden. Gelukkig hebben deze mensen er tenminste nog bewust voor gekozen enkele jaren levensverwachting in te willen leveren hiervoor. Vervelender is het voor de eigenaren die zich niet hebben voorgelicht of zijn voorgelicht een 'gezond' speciaal fretje te hebben gekocht, maar waarbij deze alsnog dood neervalt na 1-4 jaar. Dat is gewoon veelte kort voor een fret... laten we eerlijk wezen.

Een fokker zal dit vooraf nooit expres doen natuurlijk, maar dat zijn helaas wel de gevolgen van verkeerd fokken.

Ook wanneer je zo gezond mogelijk fokt kan er altijd een nest of pup door achterstand op welke manier dan ook verkregen fout lopen. Dit soort dieren dien je liever niet te plaatsen mochten zij hun nestperiode al overleven, om eigenaren en hun emoties te beschermen. Wanneer dit zo’n 10% van je pups en dus ook de eigenaren die je daarin betrekt overkomt ben je toch echt een verkeerde weg ingeslagen qua fokdoelen en beoordeling van nesten, maar misschien ook wel qua verzorging en voeding van het moertje en de pups. Ook een tekort aan voedingswaardes en vitaminen kunnen veel problemen veroorzaken. Weet wat je voert en voer naast brokken altijd goede bijvoeding!
.


Genetica

Genetica is niet het belangrijkste bij het fokken van fretten, maar het is wel essentieel als je verantwoord wilt fokken én wanneer je met speciale kleuren gaat fokken. Wanneer je de erfelijkheid van je fret kent, zul je minder snel voor verrassingen komen te staan en je fretten kunnen verbeteren, generatie na generatie.

Bij fretten is er nooit genetisch onderzoek uitgevoerd of gepubliceerd. Dat betekent dat men bij het leren van de genetica uit moet gaan van de basis van genetica. Wat hierover bekend is, staat uitgelegd in het boek 'Ferret Breeding van James McKay' (2006, Engels). Deze is te koop op bol.com.

Erfelijkheid

De informatie hieronder is gebaseerd op trial and error van fokkers, na het jarenlang bekijken van kruisingen en verervingen. We gaan er hierbij van uit dat u enige basiskennis van erfelijkheid bezit.
Albino uitgelegd in combinatie met Wildkleur

Albino is recessief verervend, wat inhoud dat het gedragen kan worden. Beide ouders moeten het gen dragen om te kunnen vererven. "Wildkleur" kan hierbij worden vervangen door welke kleur dan ook.

Legenda:
AA = Wildkleur, homozygoot / niet Albino dragend
Aa = Wildkleur / Albino dragend
aa = Albino / uitend én dragend

Vererving mogelijkheden:
AA x AA= 100% Wildkleur / pups altijd AA
AA x Aa = 100% Wildkleur / pups AA en Aa Percentages:
- 50% kans op AA (wildkleur homozygoot)
- 50% kans op Aa (wildkleur albino dragend)


Aa x Aa = kans op Wildkleur én Albino / pups AA, Aa en aa Percentages:
- 50% kans op Aa (wildkleur albino dragend)
- 25% kans op AA (wildkleur homozygoot)
- 25% kans op aa (albino)


Aa x aa = kans op Wildkleur én Albino / pups altijd Aa en aa Percentages:
- 50% kans op Aa (wildkleur albino dragend)
- 50% kans op aa (albino)


aa x aa = 100% Albino / pups altijd aa

Uitvinden of een Wildkleur (of andere kleur) fret Albino dragend is of homozygoot, is een kwestie van proberen. Verreweg het merendeel is Albino dragend. Zeker wanneer er Albino in het nest heeft gezeten waar de Wildkleur uit kwam, kun je er vanuit gaan dat hij/zij Albino dragend is.

Chocolat en Sandy

Wildkleur, Chocolat en Sandy zitten in hetzelfde gen. Chocolat en Sandy zijn in feite een verdunning van Wildkleur. Hierbij geldt: donker is meestal dominant over een lichte kleur. Wildkleur zal dus meestal winnen van een Sandy. Uiteraard zijn gecombineerde nesten mogelijk, maar het merendeel van de pups wordt bij Wildkleur x Sandy meestal Wildkleur.

Er zijn nesten waarin al lang alleen op Chocolat of alleen op Sandy (wel en niet gecombineerd met Albino) wordt gefokt.

Nesten gecombineerd met Wildkleur kunnen verdunnen, dus Wildkleur, Chocolat en Sandy geven en alles daar tussen (licht Wildkleur, donker Chocolat, licht Chocolat, etc.). Of zij kunnen wat meer op zichzelf staan als kleur en alleen Wildkleur en Sandy pups geven, met niets er tussen in.

Mitt / Witvoet

Mitt fretten vallen onder de witaftekening fretten die "neural crest disorder" hebben en daardoor doof kunnen zijn, maar uiten dit echter praktisch nooit (oftewel zijn vrijwel nooit doof). Er lijkt echter een uitzondering te zijn. Zo zijn er Mitt fretten die dominant vererven, maar er zijn ook Mitt fretten die recessief vererven. Bij dominant dient altijd 1 ouder Mitt te zijn voor een paar pups in het nest Mitt kunnen zijn, maar bij recessief kan dus Mitt ineens opduiken wanneer een opa of oma dit was, maar geen van de ouders zelf.

De meeste Mitts vererven echter dominant.

Witaftekening, en doofheid onder fretten (neural crest disorder)

"Bron: De Frettenkliniek
Hoe ontstaat erfelijk bepaalde aangeboren doofheid?

De witte aftekeningen zijn het gevolg van een mutatie in de cellen van de neurale kammen (“neural crest disorder”). Deze cellen zijn behalve voor de pigmentatie, ook verantwoordelijk voor andere belangrijke functies van het lichaam. Vroeg of laat kunnen er dan ook meerdere gezondheidsproblemen naar voren komen bij deze dieren.

Fretten met de genoemde witte aftekeningen kunnen geheel of gedeeltelijke doof zijn door het gebrek aan pigmentcellen vanuit de neurale kammen. Deze pigmentcellen spelen een rol bij de ontwikkeling van het gehoor. Op latere leeftijd kunnen zich bij deze dieren daarnaast ook makkelijker hartproblemen en maag-darmproblemen ontwikkelen doordat deze neurale cellen ook belangrijk zijn voor o.a. de ontwikkeling van het hart, de grote bloedvaten en het perifere zenuwstelsel. Aanvankelijk werd gedacht dat het hierbij om het Waardenburg-syndroom ging, tegenwoordig is men er nagenoeg zeker van dat het om een mutatie in het KIT-gen gaat.

Niet alle fretten met bovengenoemde witte aftekeningen zijn doof. Dat hangt af van de mate waarin de mutatie in het KIT-gen tot expressie komt. Echter, deze fretten dragen wel allemaal het gemuteerde gen met zich mee. Fokken met deze kleurafwijkingen is dan ook niet verstandig!
"

Kleuren met veel wit op hun kop zoals Panda, Dark-eyed White en Marked White zijn vrijwel altijd doof. Kleuren als Blaze, Roan en Polka Dott zijn geregeld tot vaak doof.

Self of Solid

Self en Solid fretten vererven hetzelfde als Wildkleur op Chocolat en Sandy. Donker is meestal dominant. Bij Self of Solid, zal een Wildkleur combinatie zorgen voor verdunning en dus een niet zuivere Self of Solid. Zeer veel eigenaren en fokkers die aangeven Self en Solid te hebben, hebben dit in werkelijkheid niet.

Angora (ras)

Angora is een ras. Dit betekent dat het zich niet laat combineren met andere genen, en dus een losstaand gen is.
Zo kunnen alle fretten met witte aftekening mengen en andere witaftekening kleuren veroorzaken. Voorbeeld: Pinto of Polka Dott = Panda x Blaze gemixed.

Angora moertjes kunnen doorgaans geen melk of alleen melk met te weinig voedingsstoffen geven. Normaliter worden pups direct na de geboorte overgelegd bij een moertje dat tegelijkertijd een nestje verwacht en wel melk kan geven. Frettenfokkers Nederland is strikt tegen het afnemen van de pups van een moertje vlak na de geboorte! Ieder moertje waarmee gefokt wordt moet de kans krijgen deze zelf op te voeden, tevens om te voorkomen dat haar natuurlijke cyclus niet verstoord wordt.
Voor Angora fokkers zijn er verschillende mogelijkheden. Zo kan het fokken van Angora fretten ook bereikt worden met half Angora moertjes die wel melk geven of door het Angora moertje te laten co-parenten. Bij co-parenten voeden 2 moertjes tegelijk beide nesten op. Het is hierbij de bedoeling dat beide moertjes goed gewend zijn aan elkaar en de Angora moer 1 dag na het andere moertje gedekt wordt voor een goede aansluiting.
Omdat het kan voorkomen dat bij elkaar geplande moertjes plots niet meer met elkaar overweg kunnen vereist Frettenfokkers Nederland dat er naast de Angora moer minimaal 2 andere moertjes een dag voor de Angora moer worden gedekt. Pups kunnen dan bij wijze van uitzondering overgelegd worden bij deze 2 moertjes wanneer het geplande co-parenten toch niet lukt, zodat de eigen nesten van deze 2 moertjes niet in gevaar komt. Met diezelfde Angora moer mag daarna ook niet meer gefokt worden.

- Angora x Angora = meestal geen goede combinatie voor het verkrijgen van Angora
- Angora (ram) x Half Angora (moer) = niet alleen handiger i.v.m. de melk, maar geeft meestal méér Angora dan Angora x Angora
- Half Angora x Half Angora = kan ook een sterkere Angora vererving veroorzaken dan Angora x Angora.

Wanneer je lang alleen met Angora fokt worden de fretten kleiner en kleiner. Nieuw bloed is dus belangrijk.

Combinatie keuze

De combinatie keuze heeft de grootste invloed op het nageslacht. Beide ouderdieren spelen een rol in wat er uiteindelijk voor pups zullen komen. Goed uitzoeken welke genetica voor beide fretten geldt is dan ook niet onbelangrijk. Niet alleen de eigenschappen van de ouderdieren worden doorgegeven maar ook die van de grootouders. Dus bij het zoeken naar de juiste combinatie is het van belang zo veel mogelijk informatie over de voorouders te verzamelen. Leer meer hierover onder keuze van de ouders op deze pagina.

Hieronder worden inteelt, lijnteelt en uitkruisen nader toegelicht.
Inteelt (inbreeding)

Inteelt is het binnen een zelfde stam gebruik maken van ouderdieren, die nauw aan elkaar verwant zijn. Moeder, Vader, Broer, Zus, Half zus, Half broer. Inteelt versterkt, vermeerderd eigenschappen. Combinatie moeder-zoon versterkt de bloedlijn van de moeder, combinatie vader-dochter de bloedlijn van de vader. Broer-zus combinaties worden gebruikt wanneer de combinatie van vader en moeder bijzonder veel succes heeft.
De kans op fouten en gewenste eigenschappen wordt groter naar mate de ouderdieren dominanter bepaalde eigenschappen dragen. Dit is voor de gewenste eigenschappen een ideale situatie, maar ook de ongewenste eigenschappen zullen sterker worden. Bovendien is het gezondheidsverlagend. Inteelt kan voor grote (gezondheids)problemen zorgen, o.a.: kleinere nesten, verminderde vruchtbaarheid, lichamelijke afwijkingen, verlaagde immuniteit, etc.
In de natuur komt ook inteelt voor, maar daar zorgt de natuurlijke selectie dat zwakke dieren het niet overleven en zich dus ook niet verder voortplanten. Als een populatie niet regelmatig wordt voorzien van 'nieuw' bloed is ze gedoemd om uit te sterven.

Lijnteelt (line breeding)

Lijnteelt houdt in dat beide ouderdieren gezamenlijke voorouders hebben. Maar nooit in de eerste graad familie zijn van elkaar. Dit zijn tweede t/m vierde generatie kruisingen. Nicht, tante, opa, overgroot opa, etc. Lijnteelt wordt al eeuwen gebruikt om rassen zoals men dat noemt fokzuiver te maken. Het voordeel van lijnteelt is dat men nooit voor ongewenste verrassingen komt te staan, omdat redelijk zeker te voorspellen is wat het nageslacht zal zijn. Met lijnteelt kan men gewenste eigenschappen op een veiligere manier vastleggen dan bij inteelt, omdat eigenschappen minder sterk gedragen worden; dus ook de ongewenste eigenschappen. Veel fokkers zijn van mening dat je zonder lijnteelt geen consequente lijn op kunt bouwen. Het is alleen zaak dat er zeer voorzichtig wordt omgesprongen bent met de versterking van ongewenste eigenschappen en er ook voldoende nieuw bloed in de lijn wordt gebracht. Een uitkruisprogramma is nodig om het inteeltpercentage te verlagen en daarmee de gezondheid te bevorderen.

Uitkruisen (out-cross)

Uitkruisen is het paren van 2 niet aan elkaar verwante dieren. De voordelen van uitkruisen zijn dat ongewenste eigenschappen minder snel zullen worden vastgelegd of naar boven komen in het nageslacht. Het nadeel hiervan is dat ook de gewenste eigenschappen minder snel vast gelegd zullen worden gelegd of zich minder goed presenteren. Het resultaat is vrijwel onvoorspelbaar en mengvormen tussen twee verschillende typen, zijn eerder mogelijk. Zeker indien beide ouders zelf het product van uitkruisen zijn. Een reden voor uitkruisen kan zijn een eigenschap te verzwakken die in een bepaalde lijn voorkomt (waarschijnlijk een ongewenste eigenschap). Maar je kunt je wellicht ook voorstellen dat het heel erg moeilijk en riskant is om altijd een andere lijn in je eigen goed-opgebouwde lijn te betrekken. Met 1 combinatie kun je veel eigenschappen 'verpesten'.



Inteeltcoëfficiënt
De inteeltcoëfficiënt geeft aan hoeveel procent kans er is dat de genen in beide sets (het genenpakketje van de vader en het genenpakketje van de moeder) iedentiek zijn door afstamming. In het algemeen wordt de inteeltcoëfficiënt berekend over vijf generaties met behulp van de formule van Wright Fx=som((1/2(n1+n2+1))X(1+FA))

Fx=de inteeltcoëfficiënt van dier x
n1=aantal generaties van ouder 1 van x tot aan gemeenschappelijke ouder
n2=aantal generaties van ouder 2 van x tot aan gemeenschappelijke ouder
FA=inteeltcoëfficiënt. gemeenschappelijke ouder

Wanneer er meerdere gemeenschappelijke voorouders zijn, dienen de inteeltcoëfficiënten bij elkaar opgeteld te worden.
.

In de meest ideale situatie zou de inteeltcoëfficiënt van een combinatie niet groter moeten zijn dan 5%.


De dekking

Een moertje moet minimaal 2 weken loops zijn om gedekt te kunnen worden. Het beste kan het vrouwtje naar het hok van het mannetje worden gebracht (om territoriaal gedrag van het vrouwtje te voorkomen). Eerst is er een kennismaking. Na een kwartiertje zal het mannetje proberen het vrouwtje te dekken, vaak is zij hiertoe bereid, zoniet dan zal ze flink van zich afbijten. Het mannetje pakt het vrouwtje flink in het nekvel en gaat er waarschijnlijk ook mee slepen. Daarom is het verstandig de paring in een kleine ruimte te laten plaats vinden. Het is wel aan te raden de dekking even in de gaten te houden omdat het er soms ruw aan toe kan gaan. De paring zelf duurt een tijdje, 20 minuten tot wel vier uur. Het vrouwtje heeft deze tijd nodig om tot ovulatie te komen. De dekking is voorbij als het vrouwtje onder het mannetje vandaan probeert te komen.

Een vrouwtje moet meerdere keren worden gedekt, meestal twee of drie keer. Er mag echter niet teveel tijd tussen de paringen zitten anders loop je het risico dat het nestje geboren wordt met een paar dagen verschil. Laat een moertje nooit langer dan 36 uur bij een ram zitten om dit aantal dekkingen te bereiken. 24 Uur is gebruikelijker. Ik laat zelf deze volledige tijd het moertje bij de ram in, zodat zij zelf kunnen bepalen wanneer het tijd is voor de volgende dekking. Tussendoor liggen ze dan heerlijk bij elkaar te slapen of eten samen wat. Echter is het gebruikelijk bij veel fokkers om het moertje weer uit de kooi te nemen en een etmaal later weer terug te zetten voor een tweede dekking. Bijvoorbeeld 's ochtends de eerste dekking en 's avonds de tweede.

Na een geslaagde dekking zal de zwelling van de vulva weer afnemen. Dit kan soms wel twee weken duren totdat de vulva weer normaal is. Het wegtrekken van de zwelling van de vulva betekend dat er een ovulatie heeft plaatsgevonden. Dit (een geslaagde dekking) is overigens nog geen garantie op pups. Er kan wel een ovulatie hebben plaatsgevonden maar dat betekent niet dat ook een goede bevruchting plaats heeft gevonden. De kans op schijndracht blijft bestaan. Kijk onder aan de pagina voor informatie.

Simpel gezegd kan een dekking resulteren in:

  • niet geslaagd -> opnieuw moeten dekken omdat de loopsheid aanhoudt
  • wel geslaagd maar geen bevruchting -> schijndracht van 6 weken + daarna wrs opnieuw moeten dekken omdat de loopsheid opnieuw begint
  • wel geslaagd en een bevruchting -> dracht van 6 weken + zoogtijd van tenminste 5 weken en hopelijk extra zorgtijd voor het nest, want na zogen stopt het natuurlijk niet... En met een kleine kans dat het moertje na deze periode alsnog opnieuw loops wordt voor een 2e nest

Hieronder zie je een dekking. Je ziet duidelijk dat het moertje haar staart opzij/omhoog houdt om de ram toe te laten. In deze positie (maan) is de dekking al bezig, maar ook voordat de ram 'vast' zit zoals dit genoemd wordt doet het moertje dit al. Dit geeft aan dat zij klaar is voor de dekking.

Fretten dekking

De bronstige ram

Ben je van plan een eigen mannetje te gebruiken voor de dekking van je moertje? Denk dan even goed na waar je aan begint. Ik zelf zou het voor enkel één dekking de moeite niet waard vinden, gezien de volgende punten:

  1. De ram moet, volgens de regels, 5 à 6 maanden apart. Totale isolatie, want hij kan niet met andere fretten in aanraking komen vanwege zijn hormonale gedragingen. Ik zeg volgens de regels aangezien mijn eerste bronsttijd 10 maanden heeft geduurd... 10 Maanden lang een aparte kooi erbij
  2. En totale isolatie betekend alleen loslopen, dus een aparte 'losloopgroep'
  3. Alles dat er over zijn kooi loopt, aan fretten die op dat moment loslopen bijvoorbeeld, pakt hij waar hij ze pakken kan. Hij bijt ze in hun poten, staarten, buiken, dijen, alles wat hij te pakken kan krijgen grijpt hij. Met als gevolg dat je dus continu op moet letten dat er niets boven op zijn kooi kruipt uit nieuwsgierigheid om hard gegil en reddingsacties te voorkomen
  4. Vanwege de hormonen maken veel rammen ook rotzooi in hun kooi (niet allen dus). Denk aan bakken verschuiven, onzindelijk gedrag, doeken in poepbakken terugvinden etc
  5. Geen speelgedrag meer tijdens het loslopen maar alleen maar bezig zijn met de ruimte besnuffelen
  6. Plasspoortjes tijdens het loslopen uit hormonaal gedrag, plus opnieuw onzindelijk gedrag
  7. Aan een tuigje lopen buiten wil ook niet meer want de ram zal niets anders doen dan over de grond rollen, vooruit kom je niet
  8. Vanwege de extra aanmaak van hormonen en daarmee lichaamsvet worden bronstige rammen geel/oranje en raken dus hun mooie vacht kwijt
  9. De laatste en misschien nog wel de ergste: de geur. Een bronstige ram ruikt uitermate sterk (ook vanwege de extra aanmaak van hormonen en daarmee lichaamsvet die zeer sterk ruikt) dus is amper in een woonkamer te houden, tenzij je dit niet erg vindt. Knuffelen zit er ook niet meer in want dan kun je gelijk andere kleding aantrekken. Wassen helpt niet, na 2 dagen is de geur toch weer terug en nog 2 keer zo hard

En dit alles dus 5-10 maanden lang! Denk je erover direct na de dekking hem te laten helpen? Bedenk je dan eerst nog even dat een moertje ook schijndrachtig kan zijn dus dat je de volle dracht af zult moeten wachten.

Weeg dus goed de keuze af of je een eigen ram wilt gebruiken of toch liever extern een dekking afneemt!


De dracht

Drachtige fret De dracht duurt 40-44 dagen met een gemiddelde van 42 dagen (6 weken). Vanaf 3-4 dagen na de paring gaat het vrouwelijke geslachtsdeel (de vulva) schrompelen, dit betekent dat er een eisprong/ovulatie heeft plaats gevonden. Blijft de vulva koffieboon groot dan kan het vrouwtje opnieuw gedekt worden want er is niets gebeurd. Dat er een eisprong heeft plaats gevonden wil nog niet zeggen dat de dekking geslaagd is. Als de bevruchting niet goed is verlopen wordt het fretje namelijk schijndrachtig.

Exact op 3 weken dracht kan door het voorzichtig voelen in de buik worden vastgesteld of het fretje drachtig is. Een echo is niet betrouwbaar, dus dit is de enige goede manier om met zekerheid een dracht i.p.v. schijndracht te onderscheiden. Vanaf 2 dagen voor 3 weken dracht tot enkele dagen erna zijn de pups exact groot genoeg om ze te kunnen voelen (het voelt aan als grote bonen) en nog niet te groot zodat er geen speling meer is in het vruchtwater. Na deze periode is het voelen een stuk moeilijker en alleen weggelegd voor zeer ervaren fokkers en dierenartsen.

Wil je leren hoe je pups kunt voelen? Klik dan op de verdieping Drachtige fret Let op: dit kan dus alleen exact op 3 weken dracht, ongeveer 2 dagen ervoor tot 2 dagen erna. Daarna is er niet genoeg speling in het vruchtwater om de 'balletjes' weg te duwen met je duim. Voortijds zijn ze juist te klein om al te voelen. Je moet dus echt binnen 4 dagen elke dag even voelen tot je ze hebt.

Hou de fret onder de schouders vast of zelfs even kort in het nekvel om te fixeren, want de meesten vinden dat gekneed in hun buik niet leuk. Probeer 1x dagelijks kort te voelen om het fretje te ontlasten. Wees niet te bang om goed te voelen of iets 'kapot te drukken', dat kan namelijk echt niet zo snel.

Bekijk de afbeelding. Die 2 lange 'staven' zijn de baarmoeder. Het zijn een soort lange 'sperziebonen'. Wat je doet is eigenlijk je linker duim languit tegen de rechter pijl aan leggen, met je wijsvinger of middelvinger achter de poot/het dijbeen van opzij op de linker pijl (hiermee hou je het stukje vel vanaf de rug tegen, dus het zwarte deel van de pijl zit achter de rug). Je hebt dan grip om tussen duim en wijsvinger de baarmoeder bij elkaar te duwen ofwel de 'sperzieboon' tussen je vingers te nemen. Op die wijze duw je de pups iets naar de rand van de buik en kun je als ze drachtig is duidelijk ronde 'bulten' voelen.

Als je dit 1 of 2 keer hebt gevoeld, kun je het voor het leven ;). De fret in de afbeelding hierboven is al aardig uitgedijd, zit op 4 weken dracht en bouwde sowieso snel een buikje op; maar dit uitdijen begint meestal juist vanaf exact die 3 weken dracht. Maak je dus geen zorgen als je fretje nog niet zo rond is.
.

Zet een drachtig vrouwtje ruim voor de bevalling (minstens 1 week) apart. Het vrouwtje zal gaan verharen, ze krijgt dan een dunnere vacht. Twee weken voor de bevalling zal zij een goede plaats voor het nestje kiezen. Het is daarom ook het makkelijkste om haar ook 2 weken voor de bevalling apart te zetten. Veel moertjes vertonen dan ook een soort moedergedrag, bijvoorbeeld slepen en wassen van een andere fret. De dagen voor de bevalling zal de fret zich kalm en rustig gedragen.

Hiernaast zie je een moertje op 6 weken dracht (ook bij een schijndracht kunnen ze zo dik worden overigens).


De bevalling

Een bevalling kondigt zich soms van te voren aan. Als je één van de volgende teken ziet, vindt de bevalling meestal binnen 24 uur plaats:

  • Tepels zwellen op voor melkproductie
  • Slijmprop uit de vulva (Betekent dat de baarmoedermond verstrijkt. Het zijn geen vliezen die breken, want alle pups zitten in hun eigen vruchtwaterzakje)
  • Ineens na de laatste week veel slaap, ze weer een dag actief wordt

Tekenen waaraan je kunt zien dat de weeën zijn begonnen:

  • Telkens willen gaan liggen/slapen, maar maximaal een paar minuten kunnen stilliggen
  • Heftig met de neus in de flank duiken telkens (pijnsteken van weeën)
  • Heel vaak op de bak gaan, maar geen ontlasting (persweeën)

De bevalling verloopt meestal probleemloos. Zorg wel voor voldoende rust. Af en toe kijken hoe het ervoor staat is aan te raden (ong. ieder uur), stoor je moertje zo min mogelijk tijdens de bevalling dus hou het ook minimaal op een uur. Zorg voor een klein schaaltje Waltham ter afleiding voor het moment dat je komt kijken om stress te voorkomen en het moertje te laten aansterken intussen.

De bevalling zelf duurt een aantal uren afhankelijk van het aantal pups dat geboren wordt. Het aantal ligt gemiddeld op 6 stuks, maar dat is bij elke fret verschillend. De pups worden ongeveer een kwartier tot een uur van elkaar geboren. Duurt het langer dan 1,5 à 2 uur tot de volgende pup komt en denk of weet je dat er nog pups in zitten? Ga dan met spoed naar de dierenarts. Hij kan ter plekke voelen of er nog een pup in zit en eventueel een weeënopwekker geven.

De moeder zal de jonge fretjes schoonlikken en de moederkoek opeten. Een klein nest kan zorgen voor een moeilijke en langdurige bevalling.

De bevalling is meestal klaar wanneer het moertje de pups laat zogen.


De pups

Pasgeboren pups

Pasgeboren fretten zijn vrijwel naakt met enkele fijne witte haartjes:

Pasgeboren frettenpups

De dieren die later de Wildkleur krijgen, hebben, in tegenstelling tot de Albino's, een donkere lijn rond de rand van hun gesloten ogen. Ook is er vaak al wat verschil in de huidskleur te zien. Hieronder zie je een Wildkleur pup en een Albino pup (met melkneusjes):


De pups wegen 7-10 gram. Direct na de geboorte is het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes al duidelijk. De afstand van de geslachtsopening tot de anus is bij mannetjes namelijk veel groter dan bij de vrouwtjes. Hieronder zie je links een ram en rechts een moer. Bij het rammetje zie je onder de navel nog een extra (overduidelijk!) bultje zitten met in het bultje een gaatje. Bij het moertje loopt het onder de navel strak door en heb je boven de anus een extra gaatje. Beide pups zijn overigens wildkleur.


Geel = de navel
Oranje = het geslachtsdeel
Blauw = de anus

De pups worden kaal en blind geboren. Ze maken zachte piepgeluidjes om de aandacht van de moeder te trekken. Het vrouwtje zal de pups dicht bij elkaar houden, wegkruipende pups worden weer terug gehaald. De moeder herkent haar pups aan de geur en weet zo dat het bij haar hoort. De eerste week is het meest kritiek. In de eerste week overlijden vaak een paar pups uit het nestje.

Huisvesting

Moeder en pups hebben een rustig onderkomen nodig, zeker de eerste weken na de bevalling is dit belangrijk. De aanstaande moeder zal in de laatste 2 weken voor de bevalling een mooi plekje gaan zoeken om de kleintjes ter wereld te brengen. Dit is ook de reden waarom je haar al vóór de bevalling apart zet. Tussen 2 en uiterlijk 1 week voor de bevalling moet zij naar een eigen bevallingskooi. Het makkelijkste voor moeder en pups is een kleinere kooi die niet in de hoogte gaat (zoals begrijpelijk kunnen de pups zich om die manier niet voortbewegen). Ook mogen er geen hangmatjes in hangen en moet alles op de begane grond zijn, zodat moeder niet al slepend met pups de pups kan laten vallen. Het beste is dus een kooi van ongeveer 1 meter lang en 50 cm diep en hoog (bijv. konijnenkooi). Een ander voordeel van deze kooien is de hoge onderbak, waardoor er geen pups door tralies uit de kooi kunnen vallen. Wanneer je een fret in een Ferret Nation wilt laten bevallen zul je dus een goede hoge binnenbak moeten maken, van tenminste zo'n 20cm hoog.

In de kooi zelf zet je een mand of bak met doeken erin, dit is het nest (doe geen gigantische doek erin maar hou precies een maatje aan waarin moeder goed haar pups onder de doeken kan verstoppen met zichzelf erbij: moeder kan bij een te grote doek de pups tussen de doek(en) kwijtraken in plooien, en de pup kan hierdoor onderkoelt raken of stikken). Verder zet je een poepbak (met een lage instap voor de pups) en een etensbakje en drinkflesje in de kooi. De bakvulling dient bij voorkeur van natuurlijk materiaal te zijn, vooral tijdens de bevalling is dit van groot belang. Moeder bevalt soms op de poepbak wegens het persen, en likt vervolgens de pups schoon. In het begin dient dit uiteraard alleen voor de moeder maar vanaf 4 à 5 weken zullen de pups ook gebruik van de poepbak gaan maken. Hou rekening met gevaarlijke situaties en maak dus geen plateaus, buizen of een hangmat in de kooi. Doe het water ook in een fles en niet in een bakje, omdat pups anders kunnen verdrinken.

Wat gebeurt wanneer?

De melkhoektandjes komen door op 2 weken. De blijvende hoektanden komen al door als de melkhoektandjes nog aanwezig zijn, op 7 tot 8 weken. Ze hebben dan tot ongeveer 10 weken een dubbele rij tandjes (zie foto hiernaast). Vanaf 3 tot 4 weken leeftijd krijgen de pups behoefte aan ander voer dan moedermelk. Lees meer onder verzorging hieronder. De ogen en oren gaan rond 4 tot 5 weken pas open (ze horen dus ook pas vanaf 4 weken!). Wanneer de oogjes open zijn kunnen de pups ook volledig met de moeder mee eten. De meeste pups blijven 8 weken bij hun moeder en gaan daarna naar hun nieuwe baasjes.

Verzorging

De verzorging van de pups gebeurt grotendeels door mama fret, zeker de eerste weken zal mama het ook niet op prijs stellen dat je je met de pups bemoeit. Veel moeders laten niemand in de buurt toe, ook hun directe verzorgers niet. Andere moertjes hebben hier nauwelijks problemen mee. Maar forceer het nooit, laat het fretje haar gang maar gaan, anders is er een grote kans dat het moertje het nestje dood bijt omdat ze zich bedreigd voelt. Laat de moeder in haar waarde en straf haar niet voor haar instinct als zij van zich af bijt!

De moeder zal de pups schoon houden door hun ontlasting op te likken. Na 4 weken doet zij dit niet meer en beginnen de pups uit hun nest te kruipen. Hun motoriek is echter dan nog niet voldoende om ook daadwerkelijk de poepbak te bereiken, maar hun instinct zegt hen al wel dat het niet in het nest thuishoort: de eerste stap naar zindelijkheid. Na 5 à 6 weken wordt de motoriek langzamerhand beter en bereiken zij steeds vaker de poepbak. Mama houdt de pups dicht bij elkaar. Een pup dat van de groep weg raakt zal in de bek genomen worden en terug worden gesleept naar de groep. Soms hindert dit de zindelijkheid van een pup. De pup loopt het nest uit om zijn behoefte niet in het nest te hoeven doen, en mama draagt hem weer terug.

Het is belangrijk om je in de eerste weken na de bevalling niet te veel met de moeder en de pups te bemoeien (anders kan ze dus de pups doden als ze een situatie te dreigend vindt). Natuurlijk moeten de moeder en de pups wennen aan de nabijheid van de mensen, de kooi moet tenslotte ook schoongemaakt worden, maar de eerste paar dagen kan dat best wel even wachten. Daarna bestaat de verzorging uit het schoonhouden van de poepbak en het regelmatig geven van schone lappen. De gebruikte lappen moet je voorzichtig verwijderen, er kan dan ook gelijk gecontroleerd worden of de pups in orde zijn. Het schoonmaken van de gehele kooi moet maar een paar weken wachten tot de pups wat groter zijn. Vanaf een week of 5 wanneer de oogjes open gaan zul je dagelijks als niet meerdere malen per dag (afhankelijk van de grootte van het nest) de kooi schoon moeten maken. Ook het bijvoeren wordt dan een fulltime job, minstens 2 en liever 3 à 4 keer per dag. Daarnaast zul je de opvoeding voor je rekening moeten nemen dus ook daar ben je druk mee.

Tussen 3 en 4 weken start je met voeding, en wanneer je brokken voert ook bijvoeding. Voor een startende zachte voeding (hooguit één week tot ze het onder de knie hebben) kun je kiezen uit een Waltham papje (kijk voor meer informatie onder voeding) of geweekte brokjes. Je stapt zo snel mogelijk over op bijvoeding zoals rundergehakt (evt. vermengd met wat Waltham), prooidieren e.d (geef nooit varkensvlees, dit is giftig!). Prooidieren zul je soms open moeten maken voor de pups als de moeder dit niet doet. Dit geef je twee keer daags als bijvoeding wanneer je brokken als hoofdvoeding hebt. Hoe ouder de pups worden hoe belangrijke de prooidieren en mogelijk ook kvv worden. Met name in nesten met meer dan 8 pups belast je de moeder anders veelte veel. Ga maar na: in de natuur zou de moeder op zo'n moment ook haar prooi meenemen het nest in voor de pups. Dit is dus volkomen natuurlijk. Het verschil tussen goed gevoede pups en pups waarvan de moeder goedkoop katten- of frettenvoer kreeg is opmerkelijk. Pups wegen soms wel twee keer zoveel op dezelfde leeftijd van een dergelijk nest. Een goede voeding en bijvoeding zorgen voor een goede start en een snellere groei.

Voor fokkers is het beter prefentief te ontwormen wanneer de pups ongeveer 5 weken oud zijn ofwel eerder; wanneer ze volop aan het eten gaan.

Tot aan 3 à 4 weken is een nest dus eigenlijk zo heel veel werk nog niet, maar daarna zul jij veel werk moeten overnemen van de moeder.


Schijndracht

Als een vrouwtje gedekt wordt en er heeft een eisprong plaatsgevonden maar de bevruchting is niet gelukt, dan wordt het vrouwtje schijndrachtig. Deze schijndracht is niet te onderscheiden van echte dracht, op geen enkel punt. Alles gaat exact hetzelfde, alleen komen er rond de tijd van de bevalling geen pups. Voorbeelden:

  • de melkklieren kunnen zich ook volledig ontwikkeld hebben. Zodanig zelfs, dat een moertje jongen kan gaan verzorgen
  • bij schijndracht wordt ook een dikke buik ontwikkeld
  • het moertje zal zelfs gewicht aankomen alsof ze drachtig is

Tussen 3 en 4 weken kun je het beste voelen of er pups in de buik zitten. In deze week zijn de pups exact groot genoeg om ze te kunnen voelen (het voelt aan als bonen) en nog niet te groot zodat er geen speling meer is. Na 4 weken is dit wel het geval en is het voelen een stuk moeilijker en alleen weggelegd voor zeer ervaren fokkers en dierenartsen. Deze week leest zich vrij nauw op de dag nauwkeurig! Voel je echt niets? Dan kun je altijd nog even de dierenarts laten voelen.

Voelen is voor mij de enige manier om schijndracht uit te sluiten bij een moertje!

Afwachten resulteert niet altijd in een fijne uitkomst (zie ook het nest van Lot in 2006 onder frettery). Het is dan ook aan te raden om bij twijfel een röntgenfoto of echo te laten maken bij je dierenarts. Deze kosten bij mij beide vanaf de € 35.

Uit onderzoek is gebleken dat uit moertjes die te vroeg in het jaar loops zijn en gedekt worden of moertjes die te vroeg gedekt worden (voordat deze 2 weken loops is geweest) vaak een schijnzwangerschap ontstaat. Het is dan ook aan te raden een moertje pas vanaf maart (liever nog april) te dekken, en uiteraard zeker 2 tot 3 weken te wachten voor de dekking plaatsvindt.

Aan het einde van deze schijndracht willen deze vrouwtjes, als gevolg van hun moederinstinct, andere fretten naar hun nest slepen. Dat kan tot vechten of toch minstens enige irritatie leiden. Meestal worden moertjes na een schijndracht na een paar weken weer loops, maar dit hoeft niet persé.

Sommige mensen gebruiken ook een gecastreerd of steriel mannetje om hun vrouwtje expres schijndrachtig te maken. Hiermee kun je een schijndracht forceren. Je voorkomt dan dat ze beenmergdepressie krijgt zonder te steriliseren of een hormoonimplantaat te injecteren. Echter is een schijndracht zeer belastend voor een moertje en hier moet zowel geestelijk als lichamelijk niet licht over worden gedacht. Tijdens de schijndracht kunnen moertjes erg pinnig worden en nadien kunnen ze omdat ze geen pups hebben gekregen of geestelijk veel belasting hebben gehad een depressie krijgen. Lichamelijk is er een veel grotere kans op een baarmoederontsteking en het risico voor latere zwangerschappen is groter. Een steriele ram kan, door weer aan elkaar groeien van de zaadleiders, ineens toch weer vruchtbaar zijn. Er is geen goede manier om dit te controleren. Het kan dus ook zo zijn dat het moertje toch ineens drachtig raakt. Pas dus ook altijd op met je keuze voor een steriele dekram áls dit je keuze is. Maar dit is zeker geen geschikte manier om kosten te drukken of nesten stelselmatig uit te stellen.


Pups overleggen

Soms kan het gebeuren dat je jouw pups moet overleggen naar het nestje van een ander. Meestal accepteert het moertje de andere pups zonder moeite. Belangrijk daarbij is wel dat de pups bij voorkeur dezelfde leeftijd tot niet meer dan een week leeftijdsverschil hebben. Bevallingen kunnen op de raarste momenten gebeuren, dus ook het overleggen van de pups! Hou goed in de gaten of het moertje de pups goed accepteert! Blijf er minstens een uur bij zitten, en hou het de eerste 2 à 3 dagen extra in de gaten. Als je geluk hebt hebben de pups verschillende kleuren, zo niet: dan zul je ze moeten markeren. Dit wordt vaak gedaan door middel van nagellak. Deze moet natuurlijk diervriendelijk zijn. De nagellak van de HEMA is dit. Gebruik een felle kleur (bijvoorbeeld knalroze) om het duidelijk zichtbaar te maken.


Verzorging van moederloze pups

Wanneer het niet lukt om de pups over te leggen zul je zelf de pups moeten voeden en verzorgen. Dit zeer moeilijk en in veel gevallen overlijden de pups alsnog. Wanneer de oorspronkelijke moeder nog in staat is om de verzorging te doen maar bijvoorbeeld niet de voeding dan is het ten zeerste aan te raden om dit aan haar over te laten. Het warm- en schoonhouden (o.a. om de huid gezond te houden en de bloedsomloop op gang te helpen) van de pups is bijzonder moeilijk na te bootsen.

Je kunt de pups voeden met KMR kittenmelk waaraan 1/4 deel slagroom moet worden toegevoegd om het vetgehalte te verhogen. Voer de pups dag en nacht elke 4 uur met melk op lichaamstemperatuur. Pups hebben melk nodig tot minstens 5 weken leeftijd.

De eerste 1 à 2 dagen geeft het moertje een ander soort melk genaamd biestmelk. Het drinken van biestmelk is van levensbelang voor de pups. Biestmelk bevat extra noodzakelijke afweerstoffen tegen ziektes. Wanneer een pup deze biestmelk niet vlak na de geboorte krijgt is het darmkanaal niet meer in staat de afweerstoffen op te nemen en gaat de functie van de biestmelk verloren. Wanneer je te maken krijgt met moederloze pups moet je met spoed zorgen voor een biestmelk vervanger wanneer de pups vlak na de geboorte nog niet bij de moeder hebben kunnen drinken. Neem hiervoor contact op met je dierenarts.

Fretten die zonder hun moeder oftewel hechting aan hetzelfde diersoort opgroeien, maar door mensenhanden, blijken niet in staat tot paren. Ik ben zelf van mening dat je ook niet moet willen dekken met een fret die zo volwassen is geworden.


Fokprogramma opstellen

Goed ingelezen of zelfs meegelopen bij fokkers en heb je fokplannen? Schrijf dan eens een fokprogramma uit. Bedenk de antwoorden niet alleen in je hoofd, maar behandel het als een verslag voor een schoolopdracht. Dit is een erg goede oefening om achter je eigen principes te komen.

Heb je al fokervaring? Dan zou je deze punten voor ieder van de lijnen / kruisingen die je aan het opbouwen bent kunnen noteren.

Een fokprogramma beschrijft de strategie om het geformuleerde fokdoel te realiseren. De doelstelling van een fokprogramma is om niet alleen voor de korte, maar ook voor de lange termijn vooruitgang te boeken.

De onderstaande punten dienen daarbij aan de orde te komen. Ondanks dat punten op elkaar kunnen lijken, zijn ze toch verschillend en allen zeer van belang.

  • Beschrijf de fret als diersoort (uiterlijk, gedragingen, aantallen en bijzonderheden).
  • Met welke fretten wordt gefokt en waarom worden juist deze dieren uitgekozen voor de fok (met andere woorden: welke eigenschappen bezitten zij welke gunstig zijn)?
  • Hoe komt de partnerkeuze tot stand? Beschrijf de lijnen waar zij uitkomen (gezondheid, karakters, bouw en kleuren, evt. bekende problemen). Maak bijv. puntsgewijs een sterke- en zwaktepunten lijstje.
  • Wat is de fokwaarde van beide ouderdieren?
  • Wat is het fokdoel?
  • Hoe kom je tot dit fokbesluit? Waar houd je allemaal rekening mee? Wat zijn je eigen fokprincipes?
  • Welke kosten zijn er aan het fokken verbonden?
  • Hou behoud je lage kosten, met het best mogelijke fokresultaat?
  • Wat zijn de opbrengsten van het fokprogramma (niet op gebied van geld)? Als het nest er al is, geef dan een evaluatie of je verwachtingen zijn uitgekomen.
  • Breng in kaart welke mogelijke risico's aan de voortplanting verbonden zijn.
  • Welke methode wordt gebruikt om een geslaagde dekking, uitsluiten van een schijndracht en de tijdstip van geboorte te bepalen?
  • Is dit fokprogramma volgens jou rendabel? Waarom wel/niet?
Copyright © Fretteninformatie.nl